ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1511
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M.J. Quaedvlieg
- W.F. Korthals Altes
- J.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Omzetting niet-uitgevoerde jeugddetentie in werkstraf wegens niet-naleving voorwaarden
De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 januari 2008 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een niet-uitgevoerde jeugddetentie van 3 maanden, opgelegd bij vonnis van 20 januari 2006. De veroordeelde was destijds veroordeeld tot 5 maanden jeugddetentie, waarvan 3 maanden niet direct ten uitvoer gelegd mochten worden onder voorwaarden en een proeftijd van twee jaar.
De bijzondere voorwaarden hielden in dat de veroordeelde zich onverwijld moest stellen en onder toezicht en leiding van de Werkstichting Jeugdbescherming moest blijven, zich moest gedragen naar de aanwijzingen van deze instelling en eventueel een behandeling bij de Bascule moest ondergaan. Uit stukken en hoorzitting bleek dat de veroordeelde deze voorwaarden niet had nageleefd.
De rechtbank achtte op grond van artikel 14g Wetboek van Strafrecht de tenuitvoerlegging van de niet-uitgevoerde straf gerechtvaardigd. Gezien het geslaagde kennismakingsgesprek van de veroordeelde met het ROC Bijlmer en de mogelijkheid om een opleiding detailhandel te starten, besloot de rechtbank de jeugddetentie om te zetten in een werkstraf van 180 uren om de voortgang van de opleiding niet te belemmeren.
Indien de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, wordt vervangende hechtenis van 90 dagen opgelegd. De beslissing werd ter kennis gebracht aan de veroordeelde, Reclassering Nederland en Bureau Jeugdzorg Amsterdam.
Uitkomst: De niet-uitgevoerde jeugddetentie van 3 maanden wordt omgezet in een werkstraf van 180 uren met vervangende hechtenis bij niet-naleving.