ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1512
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M.J. Quaedvlieg
- W.F. Korthals Altes
- J.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid verdachte bij doodslag op 3 november 2006
Op 3 november 2006 vond een dodelijk incident plaats waarbij het slachtoffer werd neergeschoten. Verdachte werd ervan beschuldigd hierbij betrokken te zijn geweest, onder meer door medeplegen van doodslag en het bezit van een vuurwapen. De officier van justitie legde verdachte verschillende feiten ten laste, waaronder het plegen van een ripdeal en het gebruik van een vuurwapen.
Tijdens de terechtzitting op 10 januari 2008 werd het bewijs uitgebreid besproken. De verklaringen van medeverdachte 1, die een cruciale rol speelde in de zaak, bleken inconsistent en ongeloofwaardig. Zijn verklaringen verschilden sterk en waren onderling tegenstrijdig, waardoor de rechtbank twijfels kreeg over de betrouwbaarheid ervan. Daarnaast ondersteunden historische telefoongegevens en andere dossierstukken de onwaarschijnlijkheid van de betrokkenheid van verdachte bij het wapenbezit en de ripdeal.
De rechtbank oordeelde dat zonder de verklaring van medeverdachte 1 de rol van verdachte bij de gebeurtenissen niet wettig en overtuigend kon worden bewezen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Omdat de strafrechtelijke feiten niet bewezen zijn, verklaarde de rechtbank de civiele vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk en verwees deze naar de burgerlijke rechter.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 24 januari 2008, waarbij de voorzitter en twee rechters het vonnis ondertekenden.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij de doodslag.