ECLI:NL:RBAMS:2008:BG2174
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.J. de Graaf
- C.A.E. Wijnker
- E.J.W. Verhaagh
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige weigering splitsingsvergunning wegens onverenigbare uitvoeringspraktijk
Eisers vroegen op 1 september 2004 een splitsingsvergunning aan voor een pand in Amsterdam. Verweerder wees de aanvraag op 15 augustus 2006 af omdat volgens hem onvoldoende verzekerd was dat de gebreken aan het pand binnen de gestelde termijn zouden worden hersteld. Eisers maakten bezwaar, dat ongegrond werd verklaard op 20 februari 2007.
De rechtbank oordeelt dat de door verweerder gehanteerde uitvoeringspraktijk, waarbij de vergunning in beginsel wordt geweigerd als gebreken niet binnen een aanhoudingstermijn van één jaar zijn hersteld, niet verenigbaar is met de Huisvestingsverordening. De verordening bevat geen termijn waarbinnen herstel moet plaatsvinden en biedt geen wettelijke grondslag voor de beperkte belangenafweging die verweerder toepast.
Verder constateert de rechtbank dat de uitvoeringspraktijk onduidelijk en inconsistent is, met tegenstrijdige standpunten over verlenging van de aanhoudingstermijn en onvoorziene omstandigheden. Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder om binnen zes weken de splitsingsvergunning te verlenen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eisers vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot weigering en beveelt de vergunningverlening binnen zes weken.