ECLI:NL:RBAMS:2008:BG3896
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Verbod op openbaarmaking herkenbare beelden minderjarige en gezinsvoogd in televisie-uitzending
In deze zaak vorderen eiseressen, waaronder de moeder en gezinsvoogd van een minderjarige, een verbod op het openbaar maken van herkenbare beelden en naam van de minderjarige en haar gezinsvoogd in het televisieprogramma PREMtime van NPS. De uitzending behandelt misstanden in de jeugdzorg, met onder meer verborgen camerabeelden van een gesprek tussen de gezinsvoogd en een pleegouder.
De rechtbank stelt vast dat het gaat om een botsing tussen het recht op vrijheid van meningsuiting van NPS en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en eer van de minderjarige en haar gezinsvoogd. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het individuele belang van de kwetsbare minderjarige en haar gezinsvoogd prevaleert boven het belang van persvrijheid, zeker waar herkenbare beelden en naam worden gebruikt.
De rechtbank bepaalt dat NPS zich moet onthouden van het tonen en verveelvoudigen van herkenbare beelden van de minderjarige en gezinsvoogd, waarbij alleen het onherkenbaar maken van het hoofd onvoldoende is; het gehele lichaam moet onherkenbaar zijn. Het noemen van de voornaam van de minderjarige is toegestaan. Het uitzenden van met een verborgen camera opgenomen beelden van de gezinsvoogd zonder toestemming is onrechtmatig en verboden.
De vordering wordt grotendeels toegewezen met een gematigde dwangsom en zonder kostenveroordeling. Dit vonnis is in kort geding gewezen en dient als stok achter de deur vanwege de spoedeisendheid en reeds deels nagekomen verbod door NPS.
Uitkomst: NPS is verboden herkenbare beelden van de minderjarige en gezinsvoogd uit te zenden, met een dwangsom bij overtreding.