ECLI:NL:RBAMS:2008:BG4494
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag leraar in het primair onderwijs met matiging vergoeding
De zaak betreft een leraar die sinds 1988 in dienst was bij een onderwijsstichting en op 13 juli 2007 werd ontslagen wegens gewichtige omstandigheden, namelijk het ontbreken van vertrouwen voor verdere samenwerking na een incident met een theepot in 2005. De leraar stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde een vergoeding volgens de kantonrechtersformule met een correctiefactor van 2.
De Stichting voerde formele en inhoudelijke verweren, waaronder verwijten over het gedrag van de leraar en het conflict dat escaleerde na het theepotincident. De Commissie van Beroep had eerder het schorsingsbesluit wegens het incident vernietigd omdat de juiste procedure niet was gevolgd.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag formeel en inhoudelijk gerechtvaardigd was vanwege het ontbreken van vertrouwen, maar dat de Stichting niet als goed werkgever had gehandeld door een te zware schorsingsmaatregel te nemen. De leraar droeg ook bij aan het conflict door niet mee te werken aan hervatting op andere scholen.
Gezien de omstandigheden en de voorzieningen uit het BBWO, die de leraar een langdurige werkloosheidsuitkering garanderen, werd de schadevergoeding gematigd tot €50.000 bruto in plaats van het volledige bedrag volgens de formule. De Stichting werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is kennelijk onredelijk opgezegd en de Stichting moet €50.000 bruto schadevergoeding betalen.