ECLI:NL:RBAMS:2008:BG5482
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens fictieve declaraties en afwezigheid niet gerechtvaardigd door psychiatrische stoornis
De directeur van een bankfiliaal werd ontslagen op staande voet wegens het regelmatig voorwenden van werkzaamheden, het indienen van onterechte lunchdeclaraties en het afleggen van onware verklaringen tijdens verhoren. De bank gebruikte daarbij privé bankgegevens van de directeur, waar zij toegang toe had omdat hij ook privé bij deze bank rekeningen aanhield.
De directeur stelde dat zijn gedragingen verklaard konden worden door een psychiatrische stoornis, waaronder een gegeneraliseerde angststoornis, paniekstoornis met agorafobie en een matige depressieve stoornis. Deze stoornissen werden bevestigd door een onafhankelijke psychiater. De kantonrechter oordeelde dat een causaal verband juridisch niet vereist is; het volstaat dat het gedrag met de stoornis kan worden verklaard.
De kantonrechter concludeerde dat het ontslag op staande voet een te zware sanctie was, mede omdat de bank al aanwijzingen had dat de directeur aan een dergelijke stoornis leed. Daarnaast was het gebruik van privé bankgegevens in strijd met de gedragsregels van de bank en het goed werkgeverschap, omdat het disproportioneel was en er andere middelen beschikbaar waren.
De kantonrechter verklaarde het ontslag vernietigbaar, veroordeelde de bank tot het toelaten van de directeur tot werk bij herstel van arbeidsgeschiktheid, en verbood het gebruik van de privé bankgegevens als bewijs. Tevens werd de bank veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is vernietigd en de bank is veroordeeld tot toelating tot werk en vernietiging van privégegevens.