ECLI:NL:RBAMS:2008:BG5627
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
SLM mag visumplicht eisen van Surinaamse Nederlanders ondanks Toescheidingsovereenkomst
Eisers, allen Nederlandse staatsburgers van Surinaamse afkomst die vóór 1975 in Nederland woonden, vorderden dat de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM) hen zonder visum zou toelaten op een vlucht naar Suriname. Zij beroepen zich op de Toescheidingsovereenkomst tussen Nederland en Suriname, waarin rechten zijn vastgelegd voor personen die vóór 25 november 1975 buiten Suriname woonden.
De rechtbank stelt vast dat de Surinaamse overheid een visumplicht hanteert voor Nederlandse staatsburgers, ook voor eisers. Hoewel een eerdere uitspraak van de Surinaamse kantonrechter eisers onvoorwaardelijke toelating tot Suriname gaf, is dit vonnis door het Hof van Justitie van Suriname vernietigd wegens gebrek aan spoedeisend belang.
De SLM heeft de stukken aan de Surinaamse consul-generaal voorgelegd, die bevestigde dat een visum vereist is. De rechtbank oordeelt dat het niet aan de SLM is om het standpunt van de Surinaamse overheid te toetsen en dat de vervoersvoorwaarden van de SLM een geldig visum vereisen.
De vordering wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukt dat eisers hun geschil met de Surinaamse staat in een bodemprocedure moeten voortzetten of dat het probleem via overleg tussen Nederland en Suriname kan worden opgelost.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt dat SLM een visum mag eisen van Surinaamse Nederlanders.