ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6043
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 oktober 2008 een vordering tot overlevering van een persoon met dubbele nationaliteit (Nederlands en Ghanese) aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter te Brussel. Het EAB betreft strafrechtelijke vervolging wegens vijf strafbare feiten, waaronder illegale handel in verdovende middelen, deels gepleegd in Nederland.
De verdediging voerde aan dat het EAB niet duidelijk was over het onderliggende Belgische aanhoudingsbevel en stelde humanitaire bezwaren aan de orde, waaronder de zorg voor een minderjarig kind en de gezondheidssituatie van de echtgenote. De rechtbank oordeelde dat het EAB als autonome en uitvoerbare beslissing kan worden beschouwd en dat de humanitaire bezwaren niet voldoende waren om overlevering te weigeren. Tevens werd vastgesteld dat de feiten ook onder Nederlands recht strafbaar zijn.
Hoewel artikel 13 OLW Pro overlevering verbiedt indien de feiten deels in Nederland zijn gepleegd, besloot de rechtbank op verzoek van het Openbaar Ministerie af te zien van deze weigeringsgrond vanwege het belang van goede rechtsbedeling en de voortgang van het Belgische onderzoek. De rechtbank verleende de garantie dat de veroordeelde na strafuitzetting in België naar Nederland zal terugkeren om zijn straf te ondergaan.
De rechtbank stond de overlevering toe en wees erop dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat. De opgeëiste persoon was bijgestaan door een tolk en advocaat, en de procedure vond plaats in overeenstemming met de Overleveringswet en het Europese kaderbesluit.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.