ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6093
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf en behandeling na poging tot moord op eigen zoontje
Verdachte heeft haar zes maanden oude zoontje opzettelijk en met voorbedachten rade gesmoord om een aanval van benauwdheid op te wekken en te voorkomen dat hij uit het ziekenhuis zou worden ontslagen. De rechtbank acht dit bewezen en veroordeelt haar tot een gevangenisstraf van 2 jaar, waarvan de tenuitvoerlegging wordt geschorst onder een proeftijd van 10 jaar.
Uit psychologisch en psychiatrisch onderzoek blijkt dat verdachte lijdt aan een gemengde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline en narcistische trekken, waardoor zij verminderd toerekeningsvatbaar is. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van de maatschappij geen TBS met dwangverpleging vereist, mede vanwege het ontbreken van incidenten tijdens haar periode op vrije voeten en haar bereidheid tot behandeling.
De rechtbank legt bijzondere voorwaarden op, waaronder verplichte behandeling en toezicht door Reclassering Nederland, en verbiedt contact met haar zus en het kind. Verdachte is definitief uit de ouderlijke macht ontzet en het kind is ondergebracht bij haar zus. De straf en voorwaarden zijn afgestemd op de ernst van het delict, de persoonlijkheid van verdachte en het recidiverisico.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 2 jaar voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 10 jaar en verplicht tot behandeling onder toezicht.