ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6960
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens onvoldoende bewijs onderhoudsbijdrage voor kinderbijslag
Eiser vorderde kinderbijslag voor zijn in het buitenland wonende zoon over de periode van het vierde kwartaal 2005 tot en met het vierde kwartaal 2006. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn zoon in belangrijke mate had onderhouden, omdat de onderhoudsbijdragen niet via een eenvoudig controleerbare betaalmethode waren voldaan.
Eiser gebruikte postwissels als bewijs van betaling, maar deze voldeden niet aan de eisen omdat zij niet aantoonden dat de bedragen daadwerkelijk door de zoon of diens verzorger waren ontvangen. Verweerder had sinds 1 januari 2003 postwissels niet meer als bewijs van betaling geaccepteerd vanwege fraudegevoeligheid.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet op eenvoudig te controleren wijze had aangetoond dat hij zijn zoon in belangrijke mate had onderhouden en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Het beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het tweede besluit het eerste had vervangen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van het eerste beroep, maar het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond wegens onvoldoende bewijs van onderhoudsbijdrage.