ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6965
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering AWBZ-zorg aan niet-rechtmatig verblijvende vreemdeling niet in strijd met internationale verdragen
Eiseres, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, diende een aanvraag in voor zorg op grond van de AWBZ. Na een indicatie door het CIZ weigerde verweerder de zorg te verlenen omdat eiseres niet tot de kring van verzekerden behoort. Eiseres stelde dat zij recht heeft op deze zorg zolang zij in Nederland verblijft en beriep zich op diverse internationale verdragen waaronder het EVRM, IVRK, IVESCR en het Europees Sociaal Handvest.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet rechtmatig in Nederland verblijft en daarom niet verzekerd is op grond van de AWBZ. De Koppelingswet sluit niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen uit van aanspraken op sociale voorzieningen, wat door de Centrale Raad van Beroep als aanvaardbaar wordt beschouwd. De rechtbank oordeelt dat de internationale verdragen die eiseres aanvoert niet leiden tot een andere uitkomst en dat de verwijzingen naar jurisprudentie van het EHRM geen schending van haar rechten aantonen.
Met name het beroep op artikel 3 EVRM Pro faalt vanwege de hoge drempel voor schendingen, en artikel 8 EVRM Pro geeft geen recht op domicilie of zorg in Nederland. Artikel 14 EVRM Pro rechtvaardigt het onderscheid op grond van verblijfstatus. Ook het beroep op artikel 18 IVRK Pro faalt omdat dit artikel het recht van het kind beschermt en niet dat van de ouder. Een aanhangig wetsvoorstel is niet van toepassing op eiseres. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskosten en griffierecht af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van AWBZ-zorg aan eiseres vanwege haar niet-rechtmatig verblijf.