ECLI:NL:RBAMS:2008:BG7496
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Geen recht op fysieke aanwezigheid advocaat bij eerste politieverhoor na arrest Salduz
Eisers, beiden in verzekering gesteld op verdenking van respectievelijk straatroof en bedreiging met mishandeling, vorderden dat hun advocaat bij de politieverhoren fysiek aanwezig mocht zijn. Dit naar aanleiding van het arrest Salduz van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) waarin werd geoordeeld dat een verdachte vanaf het eerste verhoor recht heeft op toegang tot een advocaat.
De rechtbank analyseerde de terminologie in het arrest Salduz en concludeerde dat 'access to a lawyer' en 'assistance of a lawyer' niet zonder meer betekenen dat de advocaat fysiek aanwezig moet zijn tijdens het politieverhoor. Het EHRM maakte in eerdere zaken onderscheid tussen toegang tot juridische bijstand en fysieke aanwezigheid van een raadsman.
De rechtbank overwoog dat in de onderhavige zaak eisers wel degelijk contact hadden met hun advocaat, maar dat het recht op fysieke aanwezigheid niet was vastgesteld door het EHRM. Ook de concurring opinions van rechters bij Salduz zijn niet bindend. Gezien de uiteenlopende interpretaties en lopend onderzoek achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat de bodemrechter het standpunt van eisers zou volgen en wees de vordering af.
Eisers werden veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat het recht op toegang tot een advocaat niet automatisch het recht op fysieke aanwezigheid bij het eerste verhoor impliceert, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
Uitkomst: De vordering tot fysieke aanwezigheid van de advocaat bij het eerste politieverhoor wordt afgewezen.