ECLI:NL:RBAMS:2008:BG8691
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijdrage Zorgverzekeringswet op AOW-pensioen bij verblijf in buitenland
Eisers, wonende in Frankrijk en ontvangers van een AOW-pensioen, maakten bezwaar tegen de inhouding van een bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) op hun pensioen, omdat zij meenden dat deze bijdrage onrechtvaardig was en niet in verhouding stond tot de ontvangen zorg in het woonland.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, die bevestigen dat de Zvw en de wijze van bijdrage-inhouding niet in strijd zijn met het Europees recht, waaronder het vrij verkeer van werknemers en het verbod op willekeur. De nationale wetgeving wordt gezien als coördinatie van sociale zekerheidswetgeving, waarbij lidstaten hun soevereiniteit behouden.
Eisers stelden dat zij betalen voor AWBZ-vergoedingen waar zij in Frankrijk geen aanspraak op kunnen maken, en dat wijzigingen in de wet hun rechtspositie nadelig beïnvloeden. De rechtbank oordeelt dat de bijdrage gebaseerd is op wettelijke bepalingen en dat de woonlandfactor de omvang van de wettelijke verzekering in het woonland weerspiegelt. Bovendien is er geen sprake van een wijziging met terugwerkende kracht die het rechtszekerheidsbeginsel schendt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de inhouding van de bijdrage Zorgverzekeringswet op hun AOW-pensioen wordt ongegrond verklaard.