ECLI:NL:RBAMS:2008:BH1560
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vergoeding werkzaamheden zonder overeenkomst in slijterij
C is eigenaresse van een eenmanszaak, de Slijterij Dorpsplein, waar D, de vader van haar twee kinderen, gedurende enkele maanden werkzaamheden verrichtte. A had executoriaal derdenbeslag gelegd onder C vanwege een vordering tegen D. A vorderde een verklaring dat C onjuist had verklaard dat D geen vergoeding ontving en betaling van een bedrag als redelijke vergoeding voor de werkzaamheden van D.
De rechtbank stelde vast dat D geen financieel belang had in de slijterij en dat er geen overeenkomst bestond voor vergoeding. D had alleen bijgesprongen tijdens de zwangerschap van C en kort na de geboorte van hun kind, zonder vergoeding te verwachten. De omstandigheden waren niet uitzonderlijk of onevenredig zodat de rechtbank op grond van artikel 479a Rv een redelijke vergoeding zou moeten vaststellen.
De rechtbank verwierp de stelling van A dat D mede-eigenaar was en dat de situatie vergelijkbaar was met een eerder arrest van de Hoge Raad. De werkzaamheden waren tijdelijk en ingegeven door persoonlijke redenen. De vorderingen werden afgewezen en A werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding af wegens ontbreken van een vergoedingsovereenkomst en uitzonderlijke omstandigheden.