ECLI:NL:RBAMS:2008:BH1626
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbehoorlijke vervulling bestuurstaak door interim-bestuurder met ongeautoriseerde betalingen
B was interim-bestuurder van Stichting De Marke en had een arbeidsovereenkomst waarin was bepaald dat kosten van expertise vanuit haar eigen bedrijf in haar vergoeding waren inbegrepen. Desondanks liet zij De Marke in 2005 zonder toestemming van de Raad van Toezicht (RvT) €191.062,74 betalen aan haar eigen bedrijf voor reorganisatiewerkzaamheden. De RvT had expliciet goedkeuring onthouden aan deze uitgaven en bepaald dat reorganisatie-uitgaven vooraf besproken moesten worden.
De rechtbank oordeelde dat B hiermee niet alleen de arbeidsovereenkomst schond, maar ook de instructies van de RvT negeerde, wat kwalificeert als onbehoorlijke vervulling van haar bestuurstaak. B kon geen steekhoudende verklaring geven en kreeg een ernstig persoonlijk verwijt. De Marke leed hierdoor schade in de vorm van een verminderd bedrijfsresultaat.
B voerde aan dat de werkzaamheden ten goede kwamen aan De Marke en dat er sprake was van voordeelverrekening, maar de rechtbank verwierp dit omdat het voordeel al in de vergoeding was inbegrepen. De vordering tot terugbetaling van het bedrag aan B en haar bedrijf A&A werd dan ook volledig toegewezen, inclusief wettelijke rente en proceskosten.
Daarnaast werden andere deelvorderingen betreffende loon, pensioenlasten en schadevergoeding verwezen naar de kantonrechter. De rechtbank bepaalde dat B en A&A hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling aan De Marke en veroordeelde hen tot betaling van beslag- en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: B en A&A worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van ruim €198.000 aan De Marke wegens onbehoorlijke vervulling van bestuurstaak.