ECLI:NL:RBAMS:2008:BH2045
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens tekortschieten ING bij uitoefening opties Hoogovens
A sloot met ING een overeenkomst waarbij ING opdrachten voor de handel in opties namens hem zou uitvoeren. In april 1997 gaf A opdracht tot uitoefening van 100 call opties op aandelen Hoogovens, maar ING oefende deze niet tijdig uit. Hierdoor miste A de toekenning van 300 aandelen stockdividend en de koerswinst die hij bij tijdige uitoefening had kunnen behalen.
Na diverse procedures, waaronder vernietiging en verwijzing door de Hoge Raad, oordeelde het gerechtshof dat ING tekortgeschoten was en aansprakelijk is voor de schade van A. In deze schadestaatprocedure vordert A vergoeding van de gederfde winst en gemaakte kosten.
ING voerde aan dat A zijn schadebeperkingsplicht had geschonden door niet zelf aandelen te kopen na het niet-uitoefenen van de opties. De rechtbank verwierp dit verweer, stellende dat A binnen redelijke termijn ING de kans had gegeven de tekortkoming te herstellen en dat ING geen rechtvaardiging had om dit na te laten.
De rechtbank stelde de schade vast op EUR 218.972,10 plus wettelijke rente vanaf 15 augustus 1997 en kende vergoeding toe van redelijke buitengerechtelijke kosten in verband met de procedure voor de Klachtencommissie Beursbedrijf. De overige kosten werden afgewezen. ING werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten.
Uitkomst: ING wordt veroordeeld tot betaling van EUR 218.972,10 schadevergoeding, buitengerechtelijke kosten en proceskosten aan A wegens het niet tijdig uitoefenen van opties.