ECLI:NL:RBAMS:2008:BH2964
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermogensbeheer zonder vergunning en onrechtmatig handelen in samenwerkingsovereenkomst
Kempenaer Beheer I B.V. vordert onder meer nietigheid van een samenwerkingsovereenkomst met Eurotopping Traders B.V. wegens het ontbreken van een vereiste vergunning voor vermogensbeheer en onrechtmatig handelen. Eurotopping en haar bestuurder [A] worden tevens aansprakelijk gesteld voor het niet aanhouden van vermogensscheiding en het samenvoegen van gelden.
De rechtbank stelt vast dat strijd met artikel 7 van Pro de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992 niet leidt tot nietigheid van rechtshandelingen op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro, mede gelet op artikel 1:23 van Pro de Wet op het financieel toezicht. Kempenaer heeft onvoldoende schade en causaal verband geconcretiseerd om onrechtmatig handelen te bewijzen.
De samenwerkingsovereenkomst is per 1 januari 2006 beëindigd, hetgeen door Eurotopping onvoldoende is betwist. Afrekening over de portefeuillewaarde per die datum dient nog plaats te vinden. Vorderingen tot betaling van bedragen en overdracht van effectenportefeuille worden deels afgewezen wegens gebrek aan rechtsgrond of onvoldoende bewijs.
Eurotopping c.s. vordert onder meer nakoming van een vof-overeenkomst met Intal B.V., die niet tot stand is gekomen, en betaling van contractuele vergoedingen. Intal is failliet verklaard, waardoor het geding tegen haar is geschorst. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en verwijst naar een rolzitting voor nadere toelichting en afwikkeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Kempenaer tot nietigheid en onrechtmatig handelen af en stelt dat de samenwerkingsovereenkomst per 1 januari 2006 is beëindigd.