ECLI:NL:RBAMS:2008:BH4782
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening op grond van de Tijdelijke regeling. Hoewel de aanvraag op 28 oktober 2007 is ondertekend, is deze pas op 25 januari 2008 door verweerder ontvangen, ruim na de uiterste indieningstermijn van 15 november 2007, die beleidsmatig was verlengd tot 12 december 2007.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen wegens te late indiening en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser voerde aan dat hij de aanvraag tijdig had verzonden en niet verantwoordelijk gehouden mag worden voor vertraging door de post. De rechtbank oordeelt dat het risico van zoekraken van niet aangetekende post bij de verzender ligt en dat eiser dit risico had kunnen vermijden door aangetekend te verzenden.
De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de te late aanvraag voor een eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening wordt ongegrond verklaard.