ECLI:NL:RBAMS:2008:BH5566
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van pandrecht en verrekening na opzegging kredietfaciliteit tussen ING Bank en transportbedrijven
ING Bank verstrekte een kredietfaciliteit aan [A] Transport en haar moedervennootschap [AA] B.V., waarbij een Compte Joint en mede-aansprakelijkheidsovereenkomst (CJMO) werd gesloten met pandrecht op positieve saldi.
Op 13 januari 2005 werd ING Bank geïnformeerd over het voorgenomen faillissement van [A] Transport. Vanaf dat moment was ING Bank niet langer te goeder trouw volgens artikel 54 Faillissementswet Pro (Fw) om haar vordering op [A] Transport te verrekenen met haar schuld aan [AA] B.V. Wel mocht zij haar pandrecht op het positieve saldo van [AA] B.V. uitoefenen.
ING Bank oefende haar pandrecht uit door middel van saldoregulaties, waarbij zij bedragen van de rekening van [A] Transport naar die van [AA] B.V. overmaakte. De rechtbank oordeelde dat deze verrekening tot het moment van opzegging van de kredietfaciliteit rechtmatig was, maar dat de saldoregulaties die na de opzegging plaatsvonden voor een deel onrechtmatig waren omdat er sprake was van het ontstaan van een nieuwe vordering.
De rechtbank wees de primaire vordering van Diks qq af, maar kende subsidiair een bedrag toe van EUR 7.111,44 plus wettelijke rente en een vergoeding van buitengerechtelijke kosten van EUR 768,00. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: ING Bank mocht haar pandrecht uitoefenen tot opzegging kredietfaciliteit, maar een deel van de saldoregulaties na opzegging was onrechtmatig en moest worden terugbetaald.