ECLI:NL:RBAMS:2008:BH5747
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.J.M. de Werd
- M.M. van der Nat
- J.H.J. Evers
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering wegens medeplegen faillissementsfraude in Oostenrijk
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een verdachte aan Oostenrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens medeplegen van faillissementsfraude. De verdachte werd ervan verdacht als bestuurder van een bedrijf geld te hebben onttrokken tijdens een faillissementsprocedure, wat leidde tot schade van bijna één miljoen euro.
De verdediging voerde aan dat het feit niet strafbaar was onder Nederlands recht omdat niet was vastgesteld dat het bedrijf formeel failliet was verklaard. De rechtbank onderzocht dit en concludeerde dat het bedrijf wel degelijk in staat van faillissement was geweest volgens Nederlandse maatstaven, ondanks dat de faillissementsprocedure werd beëindigd wegens gebrek aan activa.
De rechtbank verwierp ook het beroep op artikel 12 van Pro het EG-verdrag betreffende een terugkeergarantie, omdat de verdachte onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij als ingezetene van Nederland moest worden beschouwd. Gezien de strafbaarheid van het feit onder Nederlands recht en het voldoen aan de voorwaarden van de Overleveringswet, werd de overlevering toegestaan.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 9 december 2008 en is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Oostenrijk toe wegens medeplegen van faillissementsfraude.