ECLI:NL:RBAMS:2008:BH5766
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.J.M. de Werd
- M.M. van der Nat
- J.H.J. Evers
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Groot-Brittannië ondanks onschuldverweer en terugkeergarantie
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een persoon aan Groot-Brittannië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens illegale handel in verdovende middelen en wapens. De opgeëiste persoon voerde onschuldverweer aan omdat hij gedurende een deel van de periode in Nederland gedetineerd was, maar de rechtbank verwierp dit omdat hij in een halfopen inrichting verbleef en contact met medeverdachten kon onderhouden.
Daarnaast stelde de verdediging dat de stukken onvoldoende concreet waren om zich te kunnen verweren, maar de rechtbank oordeelde dat de omschrijving van de feiten voldoende was om de overlevering te beoordelen en het specialiteitsbeginsel te waarborgen. De opgeëiste persoon voerde ook aan dat hij als ingezetene van Nederland gelijkgesteld moest worden en dat overlevering alleen met een terugkeergarantie mocht plaatsvinden, maar dit werd afgewezen wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing.
Hoewel een deel van de feiten deels in Nederland zou zijn gepleegd, werd op verzoek van het Openbaar Ministerie afgezien van de weigeringsgrond op grond van goede rechtsbedeling. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen was voldaan en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Groot-Brittannië toe voor strafrechtelijk onderzoek.