ECLI:NL:RBAMS:2008:BH5973

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
13/467773-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • M.M. van der Nat
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138 SrArt. 429 sexies Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onrechtmatige binnentreding en bewijsuitsluiting bij ontruimingsactie

De politierechter van de rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte omtrent een ontruimingsactie in een pand te Weesp op 10 december 2007. De verdediging stelde dat er sprake was van schending van het vertrouwensbeginsel en dat de ontruimingsactie onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een machtiging tot binnentreden.

De rechtbank oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen, omdat de krakers ten onrechte aannamen dat een agent de bevoegdheid had hen op de hoogte te houden en dat zij legaal in het pand verbleven. De agent had nooit toegezegd als zodanig te fungeren.

Verder stelde de rechtbank vast dat verdachte feitelijk het pand bewoonde en daarmee recht op huisvrede had. Omdat geen machtiging tot binnentreden was gevonden in het dossier en ook niet anderszins was gebleken van het bestaan daarvan, was het binnentreden onrechtmatig. Hierdoor werd het bewijs, waaronder een aangetroffen geldkistje, uitgesloten.

De politierechter verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken vanwege onrechtmatige binnentreding zonder machtiging en uitsluiting van bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13/467773-07
Datum uitspraak: 14 juli 2008
op tegenspraak
VONNIS
van de politierechter, rechtbank Amsterdam, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Italië) op [geboortedatum],
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].
De politierechter heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 juni 2008.
1. Telastelegging
Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, waarvan een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht. De in die dagvaarding vermelde telastelegging geldt als hier ingevoegd.
2. Voorvragen
Ontvankelijkheid van de officier van justitie.
De raadsvrouw van verdachte stelt dat gezien het contact dat de krakers op maandag 3 december 2007 met agent [agent] hebben gehad bij het pand aan de [straatnaam] te Weesp het gerechtvaardigde vertrouwen bestond bij de krakers dat zij door agent [agent] op de hoogte gehouden zouden worden van veranderende omstandigheden in hun situatie. Hoewel agent [agent] heeft aangegeven geen beslissingsbevoegdheid ten aanzien van hun situatie te hebben, zijn de krakers er ten onrechte van uitgegaan dat zonder zijn tussenkomst geen acties tegen de krakers zou worden ondernomen en dat zij, omdat [agent] hen dat gezegd heeft, op dat moment legaal in het pand verbleven.
De politierechter verwerpt het beroep op schending van het vertrouwensbeginsel. De krakers beschouwden agent [agent] als de overheidsfunctionaris waarmee alle contact met de overheid, en daarmee met justitie zou verlopen. Dit is een foute aanname geweest. Agent [agent] heeft de krakers ook nooit toegezegd aldus te fungeren. Het vertrouwensbeginsel is niet geschonden.
De politierechter verwerpt derhalve het verweer van de raadsvrouw en verklaart de officier van justitie ontvankelijk in zijn vordering.
3. Waardering van het bewijs
De politierechter acht het telastegelegde – anders dan de officier van justitie - niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
De politierechter overweegt hieromtrent als volgt.
De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat er op 10 december 2007 op de [straatnaam] te Weesp sprake is geweest van een onrechtmatige ontruimingsactie, daar er geen machtiging tot binnentreden is uitgevaardigd.
De officier van justitie heeft zich echter op het standpunt gesteld dat geen machtiging nodig was, daar de krakers op grond van artikel 429 sexies Pro Wetboek van Strafrecht niet legaal in het pand verbleven. De officier stelt dat aan alle formele vereisten voor het binnentreden is voldaan en dat de ontruimingsactie daarmee rechtmatig was.
De politierechter is van oordeel dat ten tijde van de ontruimingsactie het pand op grond van artikel 138 Wetboek Pro van Strafrecht feitelijk bewoond werd door verdachte. Verdachte had daarmee een recht op huisvrede. Er was een machtiging nodig om rechtmatig binnen te treden. Deze machtiging is niet in het dossier aangetroffen en ook anderszins is niet gebleken van het bestaan van een machtiging tot binnentreden. Dit leidt tot de conclusie dat onrechtmatig is binnengetreden.
De doorzoeking van het pand en het aantreffen tijdens die doorzoeking van het geldkistje met inhoud, is hierdoor eveneens niet rechtmatig, daar zij het gevolg is geweest van een onrechtmatige politieactie en er geen toestemming is gegeven voor de doorzoeking door verdachte. Het aangetroffen geldkistje met inhoud zal uitgesloten worden van het bewijs.
De politierechter komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
4. Beslissing
Verklaart het telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.M. van der Nat, politierechter,
in tegenwoordigheid van mr. C. Heijnen, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 juli 2008.