ECLI:NL:RBAMS:2008:BH7281
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.J. Peeters
- M. van Hees
- M.J.M. Langeveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een kantonrechter bij de rechtbank Amsterdam, stellende dat de rechter niet onpartijdig zou zijn. Dit vanwege het niet toestaan van het indienen van relevante stukken tijdens de comparitie, het weigeren van een eis in reconventie, en het vermeende uitlachen en sarcastisch gedrag van de rechter.
De rechter verweerde zich door te stellen dat de stukken te laat en buiten de procesorde waren ingediend en dat het weigeren van de eis in reconventie conform artikel 137 Rv Pro was. Tevens ontkende zij het uitlachen, erkende wel een glimlach die verkeerd werd geïnterpreteerd, en gaf aan geïrriteerd te zijn vanwege het te laat verschijnen van verzoeker zonder excuses.
De rechtbank oordeelde dat de weigering om nieuwe stukken toe te laten geen wrakingsgrond is en dat verzoeker deze stukken ook eerder had kunnen indienen. De vermeende uitlachmomenten werden niet als objectief bewijs van partijdigheid gezien. De vrees van verzoeker voor partijdigheid werd niet als objectief gerechtvaardigd beoordeeld. Het verzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet in de oorspronkelijke stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.