ECLI:NL:RBAMS:2008:BH7324
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.C.H. Blankevoort
- M. van Hees
- M.W. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige strafkamer die hun strafzaken behandelden, stellende dat de rechters bevooroordeeld waren door kennisneming van dossiers die betrekking hadden op ingetrokken zaken en door een eerdere beschikking van de voorzitter waarin een standpunt over bewijs werd ingenomen.
De rechtbank overwoog dat kennisneming van stukken die betrekking hebben op niet-telastegelegde feiten, ook indien deze verweven zijn met de lopende zaken, niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De rechter dient immers te oordelen op basis van de ten laste gelegde feiten en het onderzoek ter terechtzitting.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank vrij is in haar bewijskeuze en kennis kan nemen van het gehele dossier, waarbij zij belastende stukken kan betrekken of buiten beschouwing laten. Het verzoek om de officier van justitie op te dragen een geschoond dossier samen te stellen werd niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank concludeerde dat geen uitzonderlijke omstandigheden waren gesteld die een vermoeden van vooringenomenheid rechtvaardigen en wees het wrakingsverzoek af. De behandeling van de zaken werd hervat in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en de behandeling van de strafzaken wordt hervat.