ECLI:NL:RBAMS:2008:BH7354
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die hem op 13 oktober 2008 had gehoord over de inverzekeringstelling en vordering tot inbewaringstelling. Verzoeker stelde dat de rechter hem rauwelijks in bewaring had gesteld zonder hem te horen, en dat zij geen hoor en wederhoor had toegepast, waardoor haar onpartijdigheid was geschaad.
De rechtbank onderzocht de gang van zaken en kon niet vaststellen wat precies was voorgevallen tijdens de zitting. Volgens verzoeker was hij onterecht rauwelijks in bewaring gesteld, terwijl de rechter stelde dat zij slechts de mogelijkheid tot inbewaringstelling had uitgesproken en verzoeker wilde horen.
De rechtbank hanteerde de maatstaf dat een rechter onpartijdig wordt vermoed, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. Gezien de feiten en het ontbreken van onbegrijpelijke beslissingen, concludeerde de rechtbank dat er geen reden was om de rechter-commissaris te wraken.
Het wrakingsverzoek werd daarom als ongegrond afgewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 17 november 2008.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs voor vooringenomenheid.