ECLI:NL:RBAMS:2008:BH7382
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.J. Peeters
- R.A.J. van der Linde
- G.H. Marcus
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende vooringenomenheid
De zaak betreft een mondeling verzoek tot wraking van een politierechter in een strafzaak, gebaseerd op de stelling dat de rechter voortijdig een oordeel had gevormd over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie door het pleidooi van de raadsman te onderbreken.
De rechtbank overwoog dat hoewel de rechter het verweer op juridische gronden niet wilde honoreren, dit niet leidt tot de conclusie dat sprake is van vooringenomenheid jegens de verzoeker. De rechter bood de raadsman bovendien de mogelijkheid de zaak aan te houden om het pleidooi integraal voor te dragen, maar de raadsman koos ervoor het kort te houden.
De rechtbank nam ook in aanmerking dat het pleidooi betrekking had op de rechtmatigheid van een huisbezoek, waarbij de rechter zich aan de strafrechtelijke regels hield en het bestuursrechtelijke oordeel niet relevant achtte.
De officier van justitie voerde aan dat het bewijs in deze strafzaak niet afhankelijk was van het huisbezoek, in tegenstelling tot een andere zaak waar een andere politierechter anders oordeelde.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat geen zwaarwegende omstandigheden aanwezig zijn die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel trekken en wees het wrakingsverzoek af. Het onderzoek werd hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.