ECLI:NL:RBAMS:2008:BI1450
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.F. Korthals Altes
- W.M. van den Bergh
- G.M. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak gemeente Amsterdam wegens onvoldoende bewijs van bodemverontreiniging door groutwater
In deze strafzaak werd de gemeente Amsterdam beschuldigd van het veroorzaken van milieuverontreiniging door het opslaan en laten lekken van jetgroutspoil met een hoge pH-waarde op een terrein in Amsterdam. De officier van justitie stelde dat het groutwater uit lekke bassins op het terrein van een recyclingbedrijf afkomstig was en dat daardoor de bodem was verontreinigd. De gemeente werd medepleger genoemd samen met het adviesbureau Noord-Zuidlijn en het projectbureau.
De rechtbank nam kennis van de feiten, waaronder vergunningverlening, controles door toezichthouders die plassen met basisch water constateerden, en waarschuwingen door het openbaar ministerie. De verdediging voerde aan dat het water ook van een naastgelegen terrein afkomstig kon zijn, dat het terrein vloeistofkerend was, en dat er geen bewijs was voor bodemverontreiniging.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat het water in de plassen daadwerkelijk afkomstig was uit de bassins van het recyclingbedrijf, mede omdat geen gedetailleerd chemisch vergelijkend onderzoek was gedaan. Ook ontbrak bewijs dat het water met hoge pH-waarde daadwerkelijk de bodem had bereikt. Hierdoor werd het primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen verklaard en werd de gemeente Amsterdam vrijgesproken.
De uitspraak benadrukt het belang van gedegen bewijsvoering, waaronder wetenschappelijk vergelijkend onderzoek, om milieuovertredingen aan te tonen. De rol van opdrachtgevers en adviesbureaus in de milieuverantwoordelijkheid werd besproken, maar zonder voldoende bewijs kon geen strafrechtelijke aansprakelijkheid worden vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de gemeente Amsterdam vrij wegens onvoldoende bewijs dat groutwater de bodem heeft verontreinigd.