ECLI:NL:RBAMS:2008:BI1500
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.F. Korthals Altes
- P.C.N. van Gelderen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van lozing groutwater op belendend perceel
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van het lozen van groutwater op een belendend perceel, in strijd met artikel 10.1 lid 1 van de Wet milieubeheer en subsidiair artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming. De vergunningverlenende instantie had niet willen toestaan dat groutwater naar belendende percelen zou percoleren, vanwege mogelijke negatieve effecten op de bodem.
De rechtbank baseerde zich op constateringen van een toezichthoudend ambtenaar, waaronder de aanwezigheid van plassen, een donkerverkleurde en nat aanvoelende onderkant van het bassin, verzakkingen van dijken en het basische karakter van het water in de plassen en bassins. Deze feiten werden bevestigd door laboratoriumonderzoek.
Echter achtte de rechtbank deze feiten onvoldoende om vast te stellen dat het water in de plassen daadwerkelijk afkomstig was van verdachte. Er was geen aanvullend wetenschappelijk vergelijkend onderzoek gedaan naar de chemische samenstelling van het water, noch was er voldoende onderzoek naar de activiteiten op het naastgelegen terrein. Bovendien was er sprake van een aanmerkelijk afschot van het naastgelegen terrein naar dat van verdachte, wat de mogelijkheid op andere herkomst van het water open liet.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde. Tevens werd een herstel van het vonnis uitgesproken om een omissie in het dictum te corrigeren betreffende de vervangende hechtenis bij niet-betaling van een geldboete.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat groutwater afkomstig was van zijn perceel.