ECLI:NL:RBAMS:2008:BI1501
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor lozing van groutwater op belendende percelen
De rechtbank Amsterdam heeft op 27 november 2008 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte met betrekking tot het tenlastegelegde artikel 10.1 lid 1 WMbh en subsidiair artikel 13 Wbb Pro. De zaak betrof het vermoeden dat groutwater naar belendende percelen zou zijn geloosd, wat milieuverontreiniging kan veroorzaken.
De vergunningverlenende instantie had niet willen toestaan dat groutwater naar omliggende percelen percoleerde, omdat niet bekend was of die grond voorzien was van een beschermende waterkerende laag. De toezichthoudend ambtenaar constateerde plassen water, een donkerverkleurde en nat aanvoelende onderkant van het bassin, deels verzakte dijken en een zeer basische samenstelling van het water in de plassen en bassins, bevestigd door laboratoriumonderzoek.
Desondanks achtte de rechtbank deze feiten onvoldoende bewijs om vast te stellen dat het water in de plassen afkomstig was van verdachte. Tevens werd onvoldoende uitgesloten dat het water deels of geheel afkomstig kon zijn van activiteiten op het naastgelegen terrein. De rechtbank merkte op dat nader wetenschappelijk vergelijkend onderzoek naar de chemische samenstelling van het water ontbrak, evenals uitgebreid onderzoek naar de activiteiten op het naastgelegen terrein.
De rechtbank herstelde tevens een kennelijke omissie in het vonnis door een standaardbeslissing over vervangende hechtenis bij niet-betaling van een geldboete toe te voegen. Uiteindelijk sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat groutwater op belendende percelen is geloosd.