ECLI:NL:RBAMS:2008:BK8680

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 07-1629 AW
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C.J. Polak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbArt. 6:15 AwbArt. 6:18 AwbArt. 6:19 AwbArt. 6:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking persoonlijke toelage ambtenaar zonder schriftelijke beoordeling onrechtmatig verklaard

Eiseres, werkzaam bij Stichting Waternet, ontving een persoonlijke toelage vanwege buitengewone bekwaamheid. Deze toelage werd ingetrokken per 1 oktober 2006 door verweerder, zonder dat een schriftelijke beoordeling ten grondslag lag, wat volgens de geldende regelgeving verplicht is.

De rechtbank oordeelt dat de brieven van de leidinggevende geen schriftelijke beoordeling vormen en dat het ontbreken hiervan niet kan worden gezien als een te passeren vormfout. Verweerder kon onvoldoende aannemelijk maken dat door ziekte van eiseres geen beoordeling kon worden opgemaakt.

Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard, maar het beroep tegen het bestreden besluit werd gegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit van 27 november 2006 en herroept het besluit van 21 augustus 2006, waardoor de persoonlijke toelage is blijven doorlopen.

Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan eiseres. De uitspraak bevestigt het belang van formele vereisten bij het intrekken van persoonlijke toelagen binnen het ambtenarenrecht.

Uitkomst: De intrekking van de persoonlijke toelage is vernietigd en herroepen, waardoor de toelage is blijven doorlopen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 07/1629 AW
uitspraak van de enkelvoudige kamer
in de zaak tussen:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde mr. H.J. Weekers,
en
het bestuur van de Stichting Waternet, als rechtsopvolger van het bestuur van de Stichting Dienst Waterbeheer en het bestuur van de Riolering Amsterdam, Amstel, Gooi en Vecht,
gevestigd te Amsterdam,
verweerder,
gemachtigde mr. P.A.S. Andela.
1. Procesverloop
Op 13 november 2006 heeft eiseres bij de rechtbank Alkmaar beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaarschrift, gericht tegen het besluit van 21 augustus 2006. Het beroepschrift is met toepassing van artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgezonden naar deze rechtbank.
Verweerder heeft op 27 november 2006, onder overneming van het advies van de bezwarencommissie rechtspositionele aangelegenheden Waternet, alsnog een besluit op bezwaar genomen en het daartegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard (hierna: het bestreden besluit).
Het geding is, gevoegd met andere gedingen van eiseres, geregistreerd onder nummers AWB 07/3264 AW en AWB 07/1631 AW, behandeld ter zitting van 22 oktober 2008. Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. H.J. Weekers, verbonden aan ARAG rechtsbijstand. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. P.A.S. Andela, verbonden aan Vijverberg Juristen en [persoon 1], werkzaam bij verweerder. Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst; thans wordt in de onderhavige zaak afzonderlijk uitspraak gedaan.
2. Overwegingen
Ten aanzien van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaarschrift van eiseres heeft beslist. Verweerder heeft echter bij het bestreden besluit, hangende deze beroepsprocedure, alsnog op het bezwaar beslist. De rechtbank is niet gebleken dat eiseres nog enig belang heeft bij een beoordeling van het beroep voor zover dit is gericht tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. Het beroep moet in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard.
Ingevolge het bepaalde in artikel 6:20, vierde lid, van de Awb wordt het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar geacht mede te zijn gericht tegen de later alsnog genomen (reële) beslissing op bezwaar, tenzij dat besluit aan het bezwaar geheel tegemoetkomt. Nu het bestreden besluit niet tegemoetkomt aan het bezwaar van eiseres, wordt het beroep geacht mede te zijn gericht tegen dit besluit.
Gelet op het voorgaande is er aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 80,50 als kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Dit bedrag is het product van 1 punt voor het opstellen van het beroepschrift en € 322,00 (waarde per punt) en 0,25 (gewicht van de zaak: zeer licht).
Ten aanzien van de hoofdzaak
Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende, hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Eiseres is sinds 6 september 2001 in dienst bij verweerder als hoofd klantencontacten binnen de afdeling algemene zaken.
Bij besluit van 3 februari 2004 is aan eiseres een persoonlijke toelage toegekend vanwege buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver. In de periode van 16 juli 2004 tot
21 februari 2005 heeft eiseres verlof genoten als gevolg van zwangerschap en bevalling. In november 2004 heeft de leidinggevende van eiseres haar op de hoogte gebracht van kritiek van medewerkers op haar functioneren. Bij besluit van 24 mei 2005 is wederom een persoonlijke toelage toegekend vanwege buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver. Naar aanleiding van een zogenoemde time-out en de daaruit ontstane situatie heeft eiseres zich op 20 oktober 2005 ziek gemeld.
In februari 2006 heeft verweerder de persoonlijke toelage ingetrokken omdat de gronden waarop de toelage was toegekend niet meer aanwezig zijn. Tegen dit besluit heeft eiseres op 21 maart 2006 tijdig bezwaar gemaakt. Bij besluit van 21 augustus 2006 heeft verweerder met toepassing van de artikelen 6:18 en 6:19 van de Awb de intrekking van de persoonlijke toelage herzien in die zin dat de betaling met terugwerkende kracht tot 1 februari 2006 wordt hervat tot 1 oktober 2006, zijnde de datum van het van start gaan van de nieuwe organisatie van verweerder.
Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het besluit tot intrekking van de persoonlijke toelage met ingang van 1 oktober 2006 niet is gebaseerd op een schriftelijke beoordeling. Gelet op de formele brieven van 9 mei 2005,
19 juli 2005 en 29 september 2005 gericht aan eiseres waarin wordt aangegeven dat haar functioneren verbetering behoeft alsmede het feit dat eiseres vanaf oktober 2005 is uitgevallen wegens een arbeidsconflict kan het ontbreken van een schriftelijke beoordeling als een te passeren vormfout worden aangemerkt, aldus verweerder.
Eiseres betoogt dat het bestreden besluit elke rechtsbasis ontbeert nu aan het intrekken van de persoonlijke toelage geen voorgeschreven schriftelijke beoordeling ten grondslag ligt. Het ontbreken van de beoordeling kan niet worden gezien als een vormfout zoals verweerder, onder verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep 3 april 2003 (LJN: AF9576; TAR 2003), stelt. De stelling dat de brieven van 9 mei 2005, 19 juli 2005 en
29 september 2005 alsmede de feitelijke situatie van eiseres de vormfout kunnen helen is dan ook onbegrijpelijk.
Het wettelijk kader
? In artikel 3.1.11, derde lid, van de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregeling Waterschapspersoneel (SAW) is bepaald dat de toelage wordt ingetrokken indien de gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij het dagelijks bestuur van oordeel is dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.
? In artikel 12 van Pro de Uitvoeringsregeling bijzondere beloningen – voor zover van belang – is bepaald dat op basis van een schriftelijke beoordeling wordt besloten tot het stopzetten van de toelage. De algemeen directeur beslist tot intrekking, op basis van het voorstel van het sectorhoofd.
De rechtbank overweegt, dat niet in geschil is dat er geen schriftelijke beoordeling is opgemaakt die ten grondslag ligt aan de intrekking van de persoonlijke toelage, als bedoeld in artikel 12 van Pro de Uitvoeringsregeling bijzondere beloningen.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben de brieven van 9 mei 2005, 19 juli 2005 en 29 september 2005 niet het karakter van een beoordeling. Het opmaken van een beoordeling is met waarborgen en voorschriften omschreven. De voornoemde brieven zijn niet meer dan meningen van de leidinggevende van eiseres. Aan de intrekking van de persoonlijke toelage ligt dus geen schriftelijke beoordeling ten grondslag zoals voorgeschreven in de Uitvoeringsregeling bijzondere beloningen.
Dat wegens ziekte van eiseres geen beoordeling kon worden opgemaakt is door verweerder onvoldoende aannemelijk gemaakt. Eiseres zat met ingang van 13 juni 2005 thuis wegens een zogenoemde time-out en zij heeft zich pas op 20 oktober 2005 ziek gemeld. Eiseres is nooit verzocht om naar kantoor te komen voor een personeelsbeoordeling; evenmin blijkt uit onderhavig dossier of uit de overige dossiers (reg.nrs. AWB 07/3264 AW en AWB 07/1631 AW) dat de bedrijfsarts het opnemen van contact met eiseres heeft afgeraden.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat het bestreden besluit, waarbij het besluit van
21 augustus 2006 is gehandhaafd, voor vernietiging in aanmerking komt wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb. De rechtbank ziet aanleiding om, met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien en het besluit van 21 augustus 2006 te herroepen. Het rechtsgevolg van deze herroeping houdt derhalve in dat de persoonlijke toelage van eiseres met ingang van 1 oktober 2006 is blijven doorlopen en ook thans naar de rechtbank aanneemt, gelet op het bepaalde in artikel 6, eerste lid van de Sociale paragraaf Waternet (waarin is bepaald dat de medewerker de persoonlijke toelage, die hij vóór de reorganisatie genoot, behoudt) , nog doorloopt.
De rechtbank ziet ten aanzien van de hoofdzaak aanleiding om verweerder, met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb, te veroordelen in de proceskosten van eiseres. Deze kosten worden begroot op een bedrag van € 644,00 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting x € 322,00 x factor 1) voor verleende rechtsbijstand. Voorts dient verweerder het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden.
3. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 27 november 2006 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 27 november 2006;
- verklaart het bezwaar gericht tegen het besluit van 21 augustus 2006 gegrond en herroept dat besluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten, welke kosten zijn begroot op een bedrag van € 724,50 (zegge: zevenhonderdenvierentwintig euro en vijftig eurocent; € 80,50 in verband met het beroep tegen de fictieve weigering en € 644,00 in verband met het beroep tegen het besluit van 27 november 2006), door de Stichting Waternet te betalen aan eiseres;
- bepaalt dat de Stichting Waternet het betaalde griffierecht ten bedrage van € 143,00 (zegge: honderdendrieënveertig euro) aan eiseres vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan op 7 november 2008 door mr. C.J. Polak, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. V.M. Behrens, griffier,
en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.
de griffier, de rechter,
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.
Afschrift verzonden op:
DOC: C