Uitspraak
1.[eiser 1] ,
[eiser 2] ,
[eiser 3] ,
[gedaagde 2] ,
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak vorderen eisers betaling van geldleningen en bijkomende kosten van gedaagden. De rechtbank stelt vast dat de gevorderde bedragen grotendeels toewijsbaar zijn, met een correctie van een kennelijke misrekening bij eiser sub 3.
Eisers vorderen ook vergoeding van buitengerechtelijke kosten, maar de rechtbank oordeelt dat deze kosten niet meer omvatten dan gebruikelijke sommatiekosten en wijst deze vordering af. Daarnaast wordt de gevorderde rente over reeds vervallen rente slechts toegekend voor zover deze langer dan een jaar verschuldigd is.
De beslagkosten worden toegewezen conform artikel 706 Rv Pro en begroot op een totaal van EUR 4.433,93. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsommen met rente, beslagkosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van geldleningen, rente, beslagkosten en proceskosten aan eisers.