ECLI:NL:RBAMS:2009:BG9070
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vrakking
- K.A. Brunner
- M. Haisma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator wegens geen toerekenbare tekortkoming of onrechtmatig handelen door Heineken bij afgelasting evenement
Van Hoorn Company B.V. (VHC) sloot op 28 augustus 2002 een sponsorovereenkomst met Heineken voor het muziekevenement Heineken Nightlive, gepland voor april 2003. Door tegenvallende kaartverkoop en het uitbreken van de oorlog in Irak ontstond discussie over verplaatsing van het evenement. Heineken weigerde mee te werken aan verplaatsing en annuleerde het evenement begin april 2003.
De curator van VHC vorderde schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming en onrechtmatig handelen van Heineken, stellende dat het faillissement van VHC mede hierdoor onafwendbaar was geworden. De curator baseerde zich onder meer op de afzegging van twee hoofdartiesten vanwege de oorlog en het eenzijdig afgelasten door Heineken.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was onderbouwd dat de artiesten daadwerkelijk gecontracteerd waren en dat zij vanwege de oorlog hun optreden hadden geannuleerd. Ook was onvoldoende gesteld dat Heineken onrechtmatig had gehandeld door niet mee te werken aan verplaatsing, mede omdat Heineken reeds aanzienlijke bedragen had betaald en inzicht in financiële consequenties wenste. De curator kon niet slagen met het beroep op onvoorziene omstandigheden.
Verder stond het Heineken vrij conservatoir beslag te leggen ter verhaal van haar vordering. De vordering van de curator werd daarom integraal afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de curator wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van toerekenbare tekortkoming of onrechtmatig handelen door Heineken.