ECLI:NL:RBAMS:2009:BH1795
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.C. van Reekum
- K. Bakker
- M.I. Heijning-Horst
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige verdachte tot 20 jaar gevangenisstraf voor medeplegen moord op garagehouder
Op 22 februari 2008 werd het slachtoffer, een garagehouder in Amsterdam-Noord, op gruwelijke wijze om het leven gebracht. Verdachte en zijn medeverdachte hebben het slachtoffer meermalen met een mes gestoken, hem vastgebonden met een tie-wrap aan een motorblok en hem aldus doen overlijden. Forensisch bewijs, waaronder bloedsporen, handpalm- en vingerafdrukken, schoenzoolprofielen en DNA-analyses, bevestigen de aanwezigheid en betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachte op de plaats delict.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van medeplegen van moord met voorbedachten rade, waarbij verdachte en zijn medeverdachte nauw samenwerkten bij het toebrengen van het letsel en het vastbinden van het slachtoffer. Verdachte ontkende aanvankelijk zijn aanwezigheid, maar zijn verklaring werd door de rechtbank als leugenachtig verworpen. De rechtbank acht het meerderjarigenstrafrecht van toepassing op verdachte vanwege de ernst van het feit, zijn berekenende houding en persoonlijkheid.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot 20 jaar gevangenisstraf en wijst schadevergoedingen toe aan de benadeelden. De maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging wordt niet opgelegd vanwege het ontbreken van inzicht en medewerking van verdachte. De rechtbank benadrukt de ernst van het feit, het leed van de nabestaanden en de maatschappelijke onrust die door deze moord is veroorzaakt.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord met toepassing van het meerderjarigenstrafrecht.