ECLI:NL:RBAMS:2009:BH3542
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- M.Y.C. Poelmann
- Rechtspraak.nl
Verbod op strafrechtelijke ontruiming wegens onvoldoende wettelijke grondslag voor inbreuk op huisrecht
De zaak betreft een kort geding tussen eiser, die samen met anderen de begane grond van een pand had gekraakt, en de Staat der Nederlanden die voornemens was tot strafrechtelijke ontruiming over te gaan wegens overtreding van artikel 429sexies Sr. De eigenaar had een gebruikersovereenkomst met een derde voor de begane grond, maar deze ruimte was volgens eiser langer dan een jaar niet feitelijk in gebruik.
Eiser vorderde een verbod op de strafrechtelijke ontruiming, stellende dat de gebruikte wettelijke bepalingen (artikel 429sexies Sr, artikel 2 Politiewet Pro en artikel 124 RO Pro) geen toereikende grondslag bieden voor een inbreuk op het huisrecht, beschermd door artikel 12 Grondwet Pro en artikel 8 EVRM Pro. De Staat verdedigde zich met het argument dat de wetgever met artikel 429sexies Sr de bevoegdheid tot ontruiming wilde bieden om kraken tegen te gaan.
De rechtbank oordeelde dat de wetgeving onvoldoende duidelijk en specifiek is om een dergelijke inbreuk te rechtvaardigen. De bedoeling van de wetgever kan niet de plaats innemen van een duidelijke wettelijke grondslag. De eigenaar kan via kort geding ontruiming vorderen en daarbij gebruik maken van de gebruiksbescherming van een jaar. Het gevorderde verbod op strafrechtelijke ontruiming werd daarom toegewezen en de Staat werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de strafrechtelijke ontruiming wegens onvoldoende wettelijke grondslag voor inbreuk op het huisrecht.