ECLI:NL:RBAMS:2009:BH5192
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.P.H.I. Cleerdin
- P.H.A. Knol
- L. Biller
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens doodslag met decapitatie van slachtoffer in auto te Muiden
Op 14 juni 2008 werd in een auto te Muiden het levenloze lichaam van een vrouw aangetroffen met haar hoofd van de romp gescheiden. Verdachte had samen met het slachtoffer cocaïne gebruikt en werd kort na het incident in verwarde toestand aangehouden nabij de plaats delict.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd door haar hals dicht te drukken en/of haar hoofd met een zaag van de romp af te zagen, waarbij één van beide handelingen tot de dood heeft geleid. Het was niet met zekerheid vast te stellen welke handeling de doodsoorzaak was, maar beide waren gewelddadig en niet-natuurlijk.
Verdachte voerde aan dat de decapitatie post mortem had plaatsgevonden en dat hij mogelijk in een drugspsychose verkeerde, maar de rechtbank verwierp deze verweren. Toxicologisch onderzoek toonde recreatief drugsgebruik aan, maar geen fatale overdosis. Gedragsdeskundig onderzoek kon niet volledig worden uitgevoerd vanwege de weigering van verdachte.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 10 jaar op, rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden, het gebrek aan medewerking van verdachte en het feit dat hij niet eerder met geweldsdelicten in aanraking was gekomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf voor doodslag door wurging en/of onthoofding.