ECLI:NL:RBAMS:2009:BH5622
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C.A. Wildenburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vernietiging vaststellingsovereenkomst in vermogensbeheer geschil
Eiser [A] had sinds 1970 een bancaire relatie met ABN Amro en begon in 1998 met beleggen via de bank, met een matig offensief profiel en een lening van ƒ 600.000. In de loop der jaren ontstonden geschillen over het beleggingsbeleid, waarbij eiser stelde dat de bank onjuist had gehandeld en onvoldoende had geïnformeerd, wat leidde tot aanzienlijke financiële schade.
Na langdurige onderhandelingen sloten partijen in oktober 2004 een vaststellingsovereenkomst waarbij ABN Amro een schikking van € 84.000 betaalde. Eiser stelde later dat hij bij het sluiten van deze overeenkomst was misleid en onder druk was gezet vanwege zijn fragiele gezondheid, en dat de bank aansprakelijk was voor de schade. Hij vernietigde de overeenkomst buitengerechtelijk en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat een vaststellingsovereenkomst bedoeld is om onzekerheden en geschillen definitief te beëindigen en dat partijen zich daarmee binden, tenzij sprake is van dwaling over een zekerheid die aan de overeenkomst ten grondslag ligt. De rechtbank concludeerde dat eiser zijn eerdere bezwaren met de ondertekening van de overeenkomst heeft prijsgegeven en dat er geen sprake was van onjuiste uitgangspunten of misbruik van omstandigheden.
De medische situatie van eiser en de aanwezigheid van meerdere bankmedewerkers bij de onderhandelingen waren onvoldoende om misbruik aan te nemen. De rechtbank verwierp ook het beroep op dwaling en aansprakelijkheid, en wees de vorderingen af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep van eiser af en bevestigt de geldigheid van de vaststellingsovereenkomst.