ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6256
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn door bestuursorgaan en rechter
Eiser heeft een arbeidsongeschiktheidsuitkering aangevraagd en bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV. De procedure heeft zich over meerdere jaren uitgestrekt, waarbij de bestuurs- en rechterlijke fases samen ruim negen jaar en zeven maanden duurden.
De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn voor deze procedure vijf jaar en twee maanden bedraagt, waarbij de bestuurlijke fase acht maanden en de rechterlijke fase vier en een half jaar mag duren. De feitelijke duur van de bestuursfase was langer dan toegestaan, evenals de rechterlijke fase, die bijna acht jaar besloeg.
De rechtbank kent eiser een schadevergoeding toe van € 500 per half jaar overschrijding, afgerond naar boven, wat resulteert in een totaalbedrag van € 5.000,-. Daarnaast worden proceskosten en griffierecht aan eiser vergoed. De uitspraak benadrukt dat de complexiteit en het doorlopen van meerdere instanties reeds zijn verdisconteerd in de redelijke termijn en dat geen correctie wordt toegepast.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding toe en veroordeelt het UWV en de Staat der Nederlanden tot betaling van respectievelijk € 1.000,- en € 4.000,- aan eiser. Tevens worden proceskosten en griffierecht vergoed.
Uitkomst: De rechtbank kent eiser een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn door het UWV en de rechter.