ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6963
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening subsidieaanvraag podiumkunstinstelling
Stichting De Theatercompagnie verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen nadat hun subsidieaanvraag voor de periode 2009-2012 was afgewezen door het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten. De subsidieaanvraag betrof vierjarige subsidies voor podiumkunstinstellingen, gericht op het bevorderen van professionele muziek, dans en theater.
De rechtbank beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed die het noodzakelijk maakte om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierbij werd overwogen dat het verstrekken van subsidies een discretionaire bevoegdheid van het bestuursorgaan is, waarbij de rechter terughoudend toetst. De gevraagde voorlopige voorziening betrof een vergaande maatregel in geld.
Verzoekster stelde dat de afwijzing onomkeerbare gevolgen zou hebben voor de beschikbaarheid van acteurs en artistiek leider, en dat er risico was op reputatieschade. De rechtbank vond echter dat uit de verklaringen bleek dat de betrokkenen nog beschikbaar waren en dat het risico op reputatieschade onvoldoende was onderbouwd. Bovendien had verzoekster zelf bijgedragen aan de onzekere situatie door reeds producties te plannen zonder definitieve subsidie.
Gelet op het ontbreken van bijzondere, klemmende omstandigheden en de vereiste spoedeisendheid, wees de rechtbank het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.