ECLI:NL:RBAMS:2009:BH8266
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging effectenleaseovereenkomst wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenoot
Eisende partij vordert vernietiging van een effectenleaseovereenkomst die haar echtgenoot met Dexia heeft gesloten, omdat de schriftelijke toestemming van de echtgenoot ontbrak zoals vereist volgens artikel 1:88 BW Pro in samenhang met huurkoopregelgeving. De Klachtencommissie DSI had eerder een bindend advies gegeven over een klacht van de echtgenoot, maar liet het beroep op vernietigbaarheid op grond van artikel 1:88 BW Pro buiten beschouwing.
Dexia stelde dat de vordering van eisende partij was verjaard omdat zij al vanaf het moment van het sluiten van de overeenkomst in 1999 op de hoogte zou zijn geweest. De rechtbank oordeelde dat deze stelling onvoldoende was onderbouwd en dat Dexia de bewijslast draagt om aan te tonen dat eisende partij eerder dan drie jaar voor haar vernietigingsbrief van 7 november 2007 bekend was met de overeenkomst.
De rechtbank bepaalde dat Dexia bewijs moet leveren, eventueel door getuigen te horen, en stelde een comparitie in. Indien Dexia hierin faalt, wordt aangenomen dat de vernietiging tijdig is ingeroepen en dient Dexia alle betalingen terug te betalen, verminderd met reeds ontvangen dividenden en betalingen uit het bindend advies. Buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Dexia moet bewijs leveren dat eisende partij eerder dan drie jaar voor haar vernietigingsbrief kennis had van de lease-overeenkomst; verdere beslissing wordt aangehouden.