ECLI:NL:RBAMS:2009:BH8581
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- W. Tonkens - Gerkema
- Rechtspraak.nl
Beslaglegging en opheffing bij beleggingsfonds Fairfield Sentry na Madoff-fraude
Fairfield Sentry, een beleggingsfonds dat het merendeel van haar vermogen investeerde in het inmiddels failliete bedrijf van Bernard L. Madoff, vorderde opheffing van het conservatoir beslag dat het Shell Pensioenfonds (SSP) op haar vermogen had gelegd. SSP had beslag gelegd wegens vorderingen uit hoofde van schadevergoeding en terugkoop van aandelen, naar aanleiding van de omvangrijke fraude bij Madoff.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vorderingen van SSP niet summierlijk ondeugdelijk waren en dat de complexe juridische en feitelijke achtergrond van de fraude het vooruitlopen op de uitkomst van lopende procedures bemoeilijkt. Fairfield Sentry kon niet aantonen dat zij jegens SSP geen verplichtingen had geschonden of onrechtmatig had gehandeld. De opschorting van de terugkoop van aandelen door Fairfield Sentry was tijdelijk en rechtvaardigde geen opheffing van het beslag.
Hoewel Fairfield Sentry stelde dat het beslag disproportioneel was en dat een deel van het vermogen in trust werd gehouden, vond de rechter onvoldoende bewijs voor het bestaan van een afgescheiden trustrekening. De voorzieningenrechter wees het verzoek tot opheffing van het beslag af en veroordeelde Fairfield Sentry in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het beslag op Fairfield Sentry wordt afgewezen en Fairfield Sentry wordt veroordeeld in de proceskosten.