ECLI:NL:RBAMS:2009:BI0260
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing rechtbank Amsterdam over voorlopige hechtenis en schorsingsverzoek in strafzaak
In deze strafzaak heeft de raadsman van verdachte verzocht om schorsing van de vervolging op grond van artikel 16 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank besluit dit verzoek aan te houden tot het onderzoek, dat op 20 november 2008 is gelast, is afgerond. Daarnaast zijn verzoeken tot opheffing van de voorlopige hechtenis ingediend, onder meer vanwege de medische toestand van verdachte en het ontbreken van voldoende ernstige bezwaren.
De rechtbank overweegt dat het Penitentiair Ziekenhuis in het algemeen toereikende medische zorg biedt aan gedetineerde patiënten en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat dit in het onderhavige geval anders is. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wegens onvoldoende zorg wordt afgewezen, met de mogelijkheid tot hernieuwde indiening na afronding van nader onderzoek naar de detentiegeschiktheid.
Ook het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wegens het ontbreken van ernstige bezwaren wordt afgewezen, omdat de gronden voor voorlopige hechtenis nog onverkort aanwezig zijn. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt eveneens afgewezen, waarbij het belang van de maatschappij prevaleert boven het persoonlijke belang van verdachte.
Verder wordt het verzoek tot het horen van een getuige toegewezen en de zaak wordt terugverwezen naar de rechter-commissaris voor afronding van het onderzoek. De behandeling van de zaak wordt onderbroken tot 10 maart 2009 vanwege de omvang van de zaak.
Uitkomst: Verzoeken tot opheffing en schorsing van voorlopige hechtenis worden afgewezen; beslissing op schorsingsverzoek ex artikel 16 Sv wordt aangehouden.