ECLI:NL:RBAMS:2009:BI1516
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen onvoorwaardelijk strafontslag groepsleider justitiële jeugdinrichting
Verzoeker, senior groepsleider bij een justitiële jeugdinrichting, kreeg op 17 december 2008 onvoorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens meerdere gedragingen, waaronder geweldsgebruik tegen een pupil. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg op 9 februari 2009 een voorlopige voorziening aan. De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel sprake was van ontoelaatbaar geweld, de mate van geweld beperkt was en niet zonder meer ernstig plichtsverzuim opleverde. Ook andere gedragingen waren van een andere orde en niet zwaarwegend genoeg voor strafontslag.
De rechter nam mee dat verzoeker het incident niet verheimlijkte en dat het alleen op een kamer zitten met de pupil met medeweten van een collega was. De eerdere strafoverplaatsing wegens grensoverschrijdend gedrag betrof een collega en niet een pupil, waardoor dit niet doorslaggevend was. Verzoeker had aanzienlijke schulden en ontving sinds het ontslag geen bezoldiging, wat het spoedeisend belang onderstreepte.
De rechter concludeerde dat het opgelegde strafontslag niet evenredig was en dat er onvoldoende grond was voor ontslag wegens ongeschiktheid. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, met voorschotten op bezoldiging en vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening tegen onvoorwaardelijk strafontslag wordt toegewezen en maandelijkse voorschotten worden toegekend.