ECLI:NL:RBAMS:2009:BI2313
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Provisionele vordering tot voorschot op schadevergoeding na overlijden met geschil over hoor en wederhoor
In deze civiele zaak vorderen eiseressen een voorschot op de schadevergoeding wegens het overlijden van hun familielid. De rechtbank had eerder reeds vastgesteld dat de gedaagde aansprakelijk is voor de schade en bepaalde dat de schadeberekening mogelijk is binnen deze procedure. Een deskundigenrapport berekende de schade wegens gederfd levensonderhoud op bijna 800.000 euro.
Eiseressen vroegen in een incident een provisioneel vonnis tot betaling van een voorschot van bijna 800.000 euro. De gedaagde voerde onder meer aan dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden omdat hij onvoldoende tijd had om te reageren op de incidentele vordering, en dat eerdere kort geding procedures soortgelijke vorderingen hadden afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat het verweer omtrent hoor en wederhoor faalde omdat de gedaagde voldoende gelegenheid had gehad om het deskundigenrapport te bestuderen en te reageren. De rechtbank stelde dat het belang van eiseressen bij een voorlopige voorziening dringend was vanwege de financiële situatie en dat een deel van de schade reeds onbetwist was vastgesteld. Daarom werd de provisionele vordering grotendeels toegewezen, met veroordeling van de gedaagde tot betaling van ruim 240.000 euro plus rente en kosten. De procedure wordt voortgezet voor verdere schadestaatberekening.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op schadevergoeding van EUR 240.498,07 met rente en kosten.