ECLI:NL:RBAMS:2009:BI2868
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vergunning storten slib in Gooimeer
Verzoekster, de Federatie van Hensportverenigingen Noordwest Nederland, heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de vergunning die de Minister van Verkeer en Waterstaat heeft verleend voor het storten van slib in het Gooimeer. Het geschil spitst zich toe op de uitleg van artikel 3, eerste lid, van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr), waarin wordt bepaald dat vergunningen alleen kunnen worden geweigerd, gewijzigd of ingetrokken ter bescherming van waterstaatswerken en het doelmatig en veilig gebruik daarvan.
Verzoekster stelt dat haar belangen als vertegenwoordiger van de recreatieve visserij meegewogen moeten worden, terwijl verweerder betoogt dat de Wbr zich beperkt tot het kwantitatieve beheer van het water en niet ziet op kwalitatieve belangen zoals visserij. De rechtbank oordeelt dat het onderscheid tussen kwantitatief en kwalitatief beheer gebruikelijk is en dat de Wbr niet beoogt de belangen van de recreatieve visserij te beschermen.
Daarnaast wijst de rechtbank op het bestaan van specifieke milieuregelgeving die voorziet in ecologische aspecten en dat recreatieve visserijbelangen in planologische kaders kunnen worden meegenomen. Gezien deze overwegingen bestaat geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de vergunning voor het storten van slib in het Gooimeer wordt afgewezen.