ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3415
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens tekortschieten vermogensbeheerder bij risicoprofiel en asset-allocatie
Eiser heeft Van Lanschot verweten tekort te zijn geschoten in de nakoming van de vermogensbeheerovereenkomst door te veel risicodragende waarden aan te houden in zijn portefeuille tussen 2000 en 2003, waardoor hij schade zou hebben geleden. De kern van het geschil betrof de kwalificatie van bepaalde effecten, zoals preferente aandelen en reverse convertibles, als risicodragend dan wel vastrentend.
De rechtbank stelt dat de portefeuille-indeling moet aansluiten bij het risico dat de cliënt bereid is te lopen en het beoogde rendement. Het gaat niet om de naamgeving van effecten, maar om de concrete risico’s en rendementsverwachtingen. Van Lanschot mocht volgens de overeenkomst tussen 50 en 75 procent beleggen in risicodragende waarden tot eind 2002 en tussen 30 en 50 procent vanaf 2003.
De rechtbank oordeelt dat Van Lanschot zich aan deze bandbreedtes heeft gehouden. De preferente aandelen Unilever en Fortis werden terecht als vastrentend aangemerkt, mede omdat Unilever later anders handelde dan verwacht, maar hiervoor een schadevergoeding aan eiser betaalde. Ook als de reverse convertibles als risicodragend worden gekwalificeerd, bleef de portefeuille binnen de afgesproken grenzen.
Eiser had de vragenlijst beleggingsprofiel ingevuld en ondertekend, waarmee hij akkoord ging met het neutrale profiel en bijbehorende asset-allocatie. Zijn stelling dat Van Lanschot onzorgvuldig handelde wordt verworpen. De vorderingen tot schadevergoeding en verklaring van tekortkoming worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en oordeelt dat Van Lanschot niet tekort is geschoten in het vermogensbeheer.