ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3614
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toewijzing van nakosten na betalingsregeling
De zaak betreft een verzoek van Lindorff B.V. tot begroting van nakosten die na een eerdere uitspraak zijn ontstaan. De verzoekende partij stelde vergoeding te willen ontvangen voor diverse handelingen zoals het bestuderen van het vonnis, contactonderhoud, betalingsbewaking en informeren naar verhaalsmogelijkheden.
De verwerende partij voerde verweer dat er een betalingsregeling was getroffen die werd nagekomen. Tijdens de zitting op 17 maart 2009 kwam vast te staan dat deze regeling inderdaad werd nagekomen.
De kantonrechter oordeelde dat artikel 237 lid 4 Rv Pro niet bedoeld is voor situaties zoals deze en dat de verzoekende partij geen substantiële werkzaamheden had verricht die toewijzing van nakosten rechtvaardigen. Ook het feit dat er voor de regeling executiemaatregelen waren genomen deed hieraan niet af, omdat daarvoor reeds kosten in rekening waren gebracht.
Daarom wees de kantonrechter het verzoek af en was er geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot toewijzing van nakosten wordt afgewezen omdat de betalingsregeling is nagekomen en er geen substantiële werkzaamheden zijn verricht.