ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3616

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
EA VERZ 09-2156
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toewijzing van nakosten na betalingsregeling

De besloten vennootschap Lindorff B.V. heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot begroting van de na de uitspraak ontstane nakosten, gebaseerd op werkzaamheden zoals het bestuderen van het vonnis en het onderhouden van contacten met de verwerende partij.

De verwerende partij voerde verweer dat er een betalingsregeling was getroffen die werd nagekomen. Ter zitting bleek dat deze regeling inderdaad werd nageleefd, ondanks een gemiste betaling waarvoor voldoende uitleg werd gegeven.

De kantonrechter oordeelde dat artikel 237 lid 4 Rv Pro niet bedoeld is voor situaties waarin een betalingsregeling wordt nagekomen en dat de verzoekende partij geen substantiële werkzaamheden had verricht die toewijzing van nakosten rechtvaardigen.

Daarom wees de kantonrechter het verzoek af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek tot toewijzing van nakosten wordt afgewezen wegens nagekomen betalingsregeling en ontbreken van substantiële werkzaamheden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Kanton
Locatie Amsterdam
Zaaknummer: EA VERZ 09-2156
Beschikking van: 30 maart 2009
481
Beschikking van de kantonrechter
I n z a k e
de besloten vennootschap Lindorff B.V., voorheen genaamd Transfair B.V.
gevestigd te Zwolle
verzoekende partij
gemachtigde: [gemachtigde], gerechtsdeurwaarder
t e g e n
[verweerder]
wonende te [woonplaats]
verwerende partij
verschenen in persoon
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
De verzoekende partij heeft op 15 september 2008 een verzoek ingediend dat strekt tot begroting van de na de uitspraak ontstane kosten.
De verwerende partij heeft een verweerschrift ingediend.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 17 maart 2009. De verzoekende partij is verschenen bij de heer [vertegenwoordiger verzoeker]. De verwerende partij is verschenen in persoon.
Er is beschikking bepaald op heden.
BEOORDELING VAN HET VERZOEK
1. Bij vonnis van de kantonrechter te Amsterdam van 10 januari 2007, is de verwerende partij veroordeeld tot betaling van de in dat vonnis genoemde bedragen, waaronder een bedrag aan proceskosten.
2. De verzoekende partij vraagt de kantonrechter een bevelschrift af te geven voor een bedrag aan nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
3. De verzoekende partij voert hiertoe aan dat zij vergoeding verlangt van de door haar verrichte handelingen, zoals het bestuderen van het vonnis, het onderhouden van schriftelijke en telefonische contacten met de verwerende partij en derden, het voeren en bewaken van betalingsregelingen, het rappelleren van de verwerende partij, het registreren en verwerken van betalingen en het informeren naar verhaalsmogelijkheden.
Zij wenst de met deze werkzaamheden gemoeide kosten op de verwerende partij te verhalen.
4. De hoogte van de nakosten worden door de verzoekende partij gesteld op een half punt van het destijds toepasselijke liquidatietarief bij de competentiegrens voor zogenoemde "niet-aardvorderingen, een bedrag van € 75,00.
5. De verwerende partij heeft -kort gezegd- als verweer gevoerd dat er een regeling is getroffen die door de verwerende partij wordt nagekomen.
6. Het gevoerde verweer treft doel.
Ter zitting is komen vast te staan dat partijen met elkaar een betalingsregeling zijn overeengekomen, die door de verwerende partij steeds is nagekomen.
7. Geoordeeld wordt dat onder deze omstandigheden er geen aanleiding is nakosten toe te wijzen. Naar het oordeel van de kantonrechter is artikel 237 lid 4 Rv Pro niet geschreven voor de onder 6 beschreven situatie. Bovendien heeft de verzoekende partij in deze zaak geen substantiële werkzaamheden verricht, die het toewijzen van nakosten rechtvaardigen.
8. Aan het bovenstaande doet niet af dat de verwerende partij een eventuele betaling (uit de regeling) heeft gemist. De verwerende partij heeft daarvoor ter zitting in voldoende mate uitleg gegeven.
9. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De kantonrechter:
I. wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2009 in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter