ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3869
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Koop van woning met financieringsvoorbehoud en geschil over boete en ontbinding
In deze zaak staat de koop van een woning centraal waarbij een financieringsvoorbehoud is opgenomen. De koper ([C]) wilde de koop ontbinden omdat zij geen financiering kon verkrijgen, maar heeft slechts één schriftelijke afwijzing van een geldverstrekker overlegd, terwijl de overeenkomst eist dat bewijsstukken van minimaal twee afwijzingen worden overlegd.
De rechtbank oordeelt dat de koper onvoldoende heeft gedaan om financiering te verkrijgen, onder meer omdat zij de mogelijkheid van financiering met behulp van de overwaarde van haar eigen woning niet heeft onderzocht. Tevens is niet voldaan aan de formele eisen van de ontbindende voorwaarde, zoals de wijze van mededeling en de documentatie.
Het beroep op het financieringsvoorbehoud wordt daarom verworpen en de koper verbeurt een contractuele boete van €36.900,-. De rechtbank acht het echter mogelijk dat deze boete gematigd kan worden, omdat de koper stelt dat zij de koop in ieder geval niet kon financieren. Nadere stukken worden opgevraagd om hierover te beslissen.
Daarnaast is de koper tekortgeschoten in haar verplichting om een bankgarantie te stellen, waardoor de verkopers de overeenkomst hebben ontbonden en aanspraak maken op schadevergoeding. De rechtbank houdt haar beslissing over de schadevergoeding aan, omdat nog niet duidelijk is of en in hoeverre schade is geleden en of de boete zal worden gematigd.
De procedure wordt aangehouden voor het nemen van nadere akten over de financieringsmogelijkheden en omstandigheden die voor of tegen matiging pleiten.
Uitkomst: Het beroep op het financieringsvoorbehoud faalt en de koper verbeurt de contractuele boete, maar de zaak wordt aangehouden voor nadere stukken over matiging en schadevergoeding.