ECLI:NL:RBAMS:2009:BI4014
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot uitstel of achterwege laten van voorwaardelijke invrijheidsstelling wegens niet-medewerking reclassering
De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan de tenuitvoerlegging op 6 maart 2008 is gestart. Volgens artikel 15 Sr Pro zou hij op 2 mei 2009 voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld, tenzij de rechtbank op grond van artikel 15d Sr anders beslist.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidsstelling, later gewijzigd in een uitstel van een maand, omdat de veroordeelde niet meewerkte aan een reclasseringsrapportage die nodig was voor het formuleren van bijzondere voorwaarden, met name vanwege mogelijke verslavingsproblematiek.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde niet tijdig en deugdelijk was geïnformeerd over de bijzondere voorwaarden en de consequenties van weigering tot medewerking. Hierdoor kon hem niet worden verweten dat hij niet met de reclassering sprak. De vertraging in het opstellen van de rapportage was niet aan de veroordeelde toe te rekenen. Daarom wees de rechtbank de vordering van het OM af en bepaalde dat de voorwaardelijke invrijheidsstelling op 2 mei 2009 zou plaatsvinden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van het OM af en bepaalt dat de voorwaardelijke invrijheidsstelling op 2 mei 2009 plaatsvindt.