ECLI:NL:RBAMS:2009:BI4219
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.P.J. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Onredelijk gebruik van bevoegdheid bij ligplaatsvergunning bedrijfsvaartuig
Eiseres, eigenaar van een bedrijfsvaartuig dat als muziekstudio wordt gebruikt, kreeg in 2007 een ligplaatsvergunning met de voorwaarde dat een volgende eigenaar alleen een vergunning kan krijgen indien watergebonden activiteiten worden verricht. Eiseres stelde dat deze beperking onterecht was en dat haar in 2000 was toegezegd dat ook een opvolgende eigenaar zonder watergebonden activiteiten een vergunning zou kunnen krijgen.
De rechtbank oordeelde dat de mededeling over toekomstige vergunningverlening geen besluit in de zin van de Awb was, maar dat het beroep toch inhoudelijk moest worden beoordeeld vanwege de onredelijke situatie voor eiseres. De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan.
De rechtbank stelde vast dat de vergunning in 2000 bewust werd verleend als bijzondere omstandigheid en dat het belang van eiseres bij het behoud van de vergunning zwaarder weegt dan het belang van de gemeente bij handhaving van de watergebondenheidseis. Daarom is sprake van onredelijk gebruik van bevoegdheid en wordt het besluit vernietigd met de opdracht tot een nieuw besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onredelijk gebruik van bevoegdheid.